..  KOV
 

Over een proactief welzijnsbeleid

Het Schoolbestuur / Inrichtende Macht en de directies verklaren dat de scholen van het Katholiek Onderwijs Vilvoorde - KOV vzw een proactief welzijnsbeleid zullen voeren inzake de 7 welzijnsdomeinen zoals beschreven in art. 4 §1. van de wet op het welzijn (K.B. 4 augustus 1996).

De 7 welzijnsdomeinen zijn:

  1. de arbeidsveiligheid;
  2. de bescherming van de gezondheid van de werknemers op het werk;
  3. de psychosociale belasting veroorzaakt op het werk met inbegrip van de bescherming van de werknemers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk;
  4. de ergonomie;
  5. de arbeidshygiëne;
  6. de verfraaiing van de arbeidsplaatsen;
  7. de maatregelen inzake leefmilieu, wat betreft hun invloed op de punten 1° tot 6°;

Om deze doelstelling concreet te realiseren worden de volgende engagementen aangegaan.

Engagementen van het schoolbestuur

  1. Algemene maatregelen treffen om de positieve houding ten aanzien van het welzijnsbeleid te verhogen. Hieronder verstaat men onder meer:
    1. veiligheid, gezondheid, hygiëne en milieuzorg integreren in de opleiding van leerlingen;
    2. initiatieven nemen tot nascholing van de hiërarchische lijn;
    3. de hiërarchische lijn en de andere medewerkers actief betrekken bij het preventiebeleid;
    4. de verantwoordelijkheden op elk niveau vastleggen;
    5. regelmatige evaluaties uitvoeren om het preventiebeleid bij te sturen;
    6. risico's inventariseren en beoordelen;
    7. het toepassen van de algemene preventiebeginselen, met name het voorkomen van risico's voor werknemers en leerlingen;
    8. alle 7 welzijnsdomeinen multidisciplinair aanpakken door een professionele uitwerking van de Interne Dienst voor Preventie en bescherming op het Werk.
  2. De voorbeeldfunctie - zowel van de school als onderwijsinstelling als van de medewerker afzonderlijk - sterk benadrukken wanneer het erom gaat leerlingen een algemene welzijnsopvoeding te geven en hen de regels van goed vakmanschap bij te brengen.
  3. De noodzakelijke materiële schoolvoorzieningen in kaart brengen en een planning opstellen om hieraan te kunnen voldoen. Ter zake een verantwoord aankoopbeleid voeren.
  4. In overleg een globaal preventieplan en jaarlijkse actieplannen opstellen en uitvoeren met als doel de prestaties op het gebied van de 7 welzijnsdomeinen voortdurend te verbeteren.
  5. Een proactief preventiebeleid voeren ten opzichte van alle medewerkers, leerlingen, stagiairs en tewerkgestelde derden. De nieuwe medewerkers en leerlingen zullen via een onthaalbeleid attent gemaakt worden op voorkomende risico's. Alle medewerkers, leerlingen, stagiairs en tewerkgestelde derden in de school zullen regelmatig worden gewezen op de bestaande risico's.
  6. De nodige tijdsbesteding en middelen voorzien voor een proactief welzijnsbeleid voor de werking van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, zodat de IDPBW voldoende mogelijkheden heeft om te adviseren, te controleren, te rapporteren en de nodige onderzoeken te verrichten om het welzijnsbeleid in de scholen te bevorderen.
  7. Geregeld besprekingen voeren in de bevoegde overlegorganen binnen en buiten de school en op de verschillende beleidsniveaus van de school. Actieve betrokkenheid van alle medewerkers wordt gestimuleerd door een participatief management, teamwork en overleg.
  8. Stapsgewijs en binnen de beschikbare financiële en infrastructurele mogelijkheden een zo optimaal mogelijke proactieve welzijnsopvoeding verzorgen en realiseren met inbegrip van de nodige omkadering.
  9. Actief meewerken aan preventie-initiatieven van de Vlaamse en federale overheidsdiensten, zoals werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, binnenlandse zaken, volksgezondheid, leefmilieu, onderwijs e.d. - en zorgen voor een goede samenwerking met de diensten voor preventieve geneeskunde (Centrum voor Leerlingenbegeleiding Vilvoorde) m.b.t. de leerlingen en met de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, in het bijzonder voor de welzijnsdomeinen arbeidsgeneeskunde en psychosociale aangelegenheden m.b.t. de personeelsleden.

Na positief advies van het CPBW en van de colleges van directies van het SO en het BaO/BuO definitief goedgekeurd op de Raad van Bestuur van 13 januari 2011.